Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Er worden posts getoond met het label waarheid

Eindejaarsbiecht

Het afgelopen jaar bracht mij inzichten. Niet het soort inzichten dat je netjes kan noteren in een schriftje, maar inzichten die confronteren, ontregelen en iets afbreken waarvan je dacht dat het je had gevormd — terwijl het je eigenlijk had misvormd. Inzichten zijn welkom, zegt men. Wat men er zelden bij zegt, is dat ze vaak gepaard gaan met rouw. Ik heb dit jaar beslist dat ambitie voor mij geen richting meer is. Doelen wel, maar ambitie als opstijgen, als jezelf voorbijlopen, als hoger, sneller, scherper: ik ben daar niet voor gemaakt. Of misschien beter: ik ben daar niet meer toe bereid. Ik heb lang geloofd dat intellectuele bevrediging een vorm van geluk kon zijn. Altijd maar denken, analyseren, verdiepen, verfijnen. Het heeft mij veel geleerd, maar geen rust gebracht. Wat mij wél iets bracht, was de ontmoeting met leerlingen en studenten. Mensen die mij lieten zien — soms woordeloos, soms expliciet — dat ik iets kan doorgeven. Dat ik iemand ben die (aan)leert, begeleidt, openz...

Durf te kijken

Wanneer je iemand ontmoet, zie je dan werkelijk die persoon, of het verhaal dat je vanbinnen al jaren vasthoudt? We dragen allemaal collages mee: stukjes jeugd, stukjes verlangen, stukken die nooit afgemaakt raakten. En soms leggen we die puzzel bovenop iemand die voor ons staat zonder dat we het merken. Wanneer je door profielen scrolt, zoek je dan een ziel of erkenning voor je verwachtingen? Zoek je verbinding of bevestiging? Zolang de fantasie als schild blijft staan, kan niemand je echt bereiken. En jij zult evenmin iemand echt zien. Dat is misschien het ongemakkelijke van liefde vandaag: we raken sneller gehecht aan onze projecties dan aan de mens die erachter schuilgaat. En dit blijft zich herhalen tot je durft pauzeren, tot je durft kijken — niet naar de ander, maar naar jezelf. ©at

Diepte

Blauw licht, scheurt door stilte. Wij — zwevend op de rand van wat was en wat niet meer kan. Ik hield je vast in stemloze dagen, toen mijn zwijgen harder klonk dan elk woord van jou. De diepte kende mij. Ze trok. Ik sprong. Niet om te ontsnappen — maar om jou te volgen in dat wat groter was dan angst. Laat me niet los. We verdrinken in wat we liefhebben. Hartslagen tegen de wind in, adem tegen beter weten in. We dragen meer dan we kunnen tillen, hopend dat iets van ons past in de barst van de wereld. Maar de wind — de wind weet beter. Hij blaast ons terug naar waar we niet willen zijn, en noemt dat: thuis. Dus als jij zinkt, laat me niet los. Laten we verdwalen in het duister dat we kennen, in de liefde die ons overspoelde. Zeg wat je wilt — het verandert niets.  Want ergens tussen vallen en vergeven hebben wij onszelf gevonden in wat nooit hetzelfde zal zijn. ©at 

"Hey, hoe gaat het eigenlijk met jou?"

Er is een plek die velen van ons maar al te goed kennen: het diepe dal van zelfzoektocht en heling, waar je niet alleen je ziel tot op het bot blootlegt, maar ook alle wonden opengereten ziet die je in je leven hebt verzameld. Jarenlang, misschien wel je hele leven, werk je aan jezelf—je pelt de lagen af, onderzoekt trauma’s, probeert te genezen. De valkuil? Dat pad is niet alleen lang, maar soms zo uitputtend dat het voelt alsof je voor niets vecht. Alsof je keer op keer struikelt, en elke keer harder valt. Na al die tijd voelt het alsof je benen vol met kneuzingen zitten en je knieën zo kapot zijn dat je nauwelijks nog kan rechtstaan. En toch, tegen beter weten in, sta je op, opnieuw en opnieuw. Maar die slopende tocht laat z’n sporen na. Op een bepaald punt komt er vermoeidheid die zo diep zit, dat je zou willen opgeven en een pauze nemen. Niet alleen fysiek, maar vooral emotioneel en mentaal—je bent leeg, op, uitgeput. En dan komt nog die diepe, niet te stillen eenzaamheid. Een een...

Rob, Ans en het buffet der illusies

Laatst, ergens tussen de slokdarm en mijn eerste kop koffie van de dag, kreeg ik bezoek. Niet van het soort dat je vriendelijk vraagt of ze nog een tweede kopje thee willen. Nee, dit bezoek was bruut, opdringerig en zonder enige vorm van fatsoen. Enter: Rob en Ans. Twee maagzweren, ja hoor, die dachten het gezellig te maken mijn maag. Ze hadden zich al aardig gesetteld toen ik ze eindelijk de namen gaf die ze verdienden: Rob, de grote, lompe zwerende stoorzender, en Ans, zijn kleine, maar niet minder irritante sidekick. Rob, een echte no-nonsense figuur, komt binnen als een olifant in een porseleinkast. En laat die kast nu net mijn maag zijn. Geen schroom, geen spijt. Hij ploegt door mijn maaltijden heen alsof ze een veld zijn vol verse pannenkoeken en ik het buffet maar niet wil verlaten. Rob is de schreeuwer van het stel, de pijnlijke herinnering dat alles wat ik slik – letterlijk én figuurlijk – op een dag bij hem terechtkomt.  Ans, hoewel kleiner en subtieler, is net zo kwaadaa...

The reality of me (fictie in een andere taal)

F or years, I lived in a dream—an unreal place where I was loved, where my presence meant something. I built my life out of shadows and stories, weaving myself into the tapestry of others expectations. I was the bright daughter, the kind friend, the woman with the smile that never faltered. But it was all a lie. I didn’t know who I was. Or rather, I refused to know. I let the innocence of childhood magic cloud my sight, believing in fantasies of love and worth, all while running from the truth. Every time someone praised me, every time I felt adored, I convinced myself it was real. But it wasn’t. The love I thought I had was hollow, just like the person I pretended to be. A fragile construct, carefully curated, just like my social media feeds. And now, I’ve stripped it all away. The woman I am now isn’t the woman I’ve shown the world. No more masks. No more curated captions or staged smiles. Just me—raw, unfiltered, imperfect. The truth of me, naked in its vulnerability, was the ultima...