Blauw licht,
scheurt door stilte.
Wij —
zwevend op de rand
van wat was
en wat niet meer kan.
Ik hield je vast
in stemloze dagen,
toen mijn zwijgen
harder klonk
dan elk woord van jou.
De diepte kende mij.
Ze trok.
Ik sprong.
Niet om te ontsnappen —
maar om jou te volgen
in dat wat groter was
dan angst.
Laat me niet los.
We verdrinken
in wat we liefhebben.
Hartslagen tegen de wind in,
adem
tegen beter weten in.
We dragen
meer dan we kunnen tillen,
hopend
dat iets van ons past
in de barst van de wereld.
Maar de wind —
de wind weet beter.
Hij blaast ons terug
naar waar we niet willen zijn,
en noemt dat: thuis.
Dus als jij zinkt,
laat me niet los.
Laten we verdwalen
in het duister dat we kennen,
in de liefde
die ons overspoelde.
Zeg wat je wilt —
het verandert niets.
Want ergens
tussen vallen en vergeven
hebben wij
onszelf gevonden
in wat nooit hetzelfde zal zijn.
©at
.jpeg)
Reacties