Doorgaan naar hoofdcontent

"Hey, hoe gaat het eigenlijk met jou?"

Er is een plek die velen van ons maar al te goed kennen: het diepe dal van zelfzoektocht en heling, waar je niet alleen je ziel tot op het bot blootlegt, maar ook alle wonden opengereten ziet die je in je leven hebt verzameld. Jarenlang, misschien wel je hele leven, werk je aan jezelf—je pelt de lagen af, onderzoekt trauma’s, probeert te genezen. De valkuil? Dat pad is niet alleen lang, maar soms zo uitputtend dat het voelt alsof je voor niets vecht. Alsof je keer op keer struikelt, en elke keer harder valt.

Na al die tijd voelt het alsof je benen vol met kneuzingen zitten en je knieën zo kapot zijn dat je nauwelijks nog kan rechtstaan. En toch, tegen beter weten in, sta je op, opnieuw en opnieuw. Maar die slopende tocht laat z’n sporen na. Op een bepaald punt komt er vermoeidheid die zo diep zit, dat je zou willen opgeven en een pauze nemen. Niet alleen fysiek, maar vooral emotioneel en mentaal—je bent leeg, op, uitgeput.

En dan komt nog die diepe, niet te stillen eenzaamheid. Een eenzaamheid die soms leidt tot keuzes die je van jezelf niet verwachtte. Want ondanks al je kennis, je inzichten en je pogingen tot heling, lijk je steeds te vervallen in hetzelfde patroon: je voelt je aangetrokken tot egocentrische types, narcistische persoonlijkheden, de belichaming van een vaak destructieve mannelijkheid. Je weet dat het niet goed voor je is, maar toch word je aangetrokken, alsof het onbewust een soort antwoord biedt op dat innerlijke gemis. Die aantrekkingskracht weerspiegelt soms niet wie je bent, maar wie je geworden bent door alles wat je hebt meegemaakt. En dat alleen maakt het des te moeilijker.

Iedereen lijkt ondertussen zijn eigen raad klaar te hebben. Je hoort het overal om je heen: "Het proces vergt geduld, tijd, liefde voor jezelf." Een ware regen van adviezen en meningen; zelfliefde als oplossing voor al je littekens. En hoewel je weet dat die adviezen goed bedoeld zijn, blijft er een gevoel knagen dat dit pad iets eenvoudiger zou moeten zijn. En dat je dit niet alleen hoeft te doen. Dat jij óók, net als iedereen, verdient om echt gezien en bemind te worden—niet alleen als een versie die zichzelf voortdurend moet 'repareren' maar simpelweg zoals je bent, met al je imperfecties en pijn.

Het absurde is dat je wéét dat je het waard bent, dat jij ook liefde verdient. Maar na jaren van vallen en opstaan, voelt het soms moeilijk om zelfs voor jezelf te kiezen, 100% en zonder aarzeling. Om jezelf die liefde en acceptatie te geven die je al die tijd buiten jezelf hebt gezocht. Het is een pijnlijke waarheid: het verlangen dat iemand voor jou vecht, je ziet, en voor jou kiest, keer op keer. En dat er altijd een sprankje hoop blijft, hoe klein ook, dat je op een dag écht zal kunnen zeggen dat je jezelf gekozen hebt. 

Tot die tijd, hoe zwaar het pad ook is, sta je telkens weer op. Verloren gelopen, ja, maar misschien ook niet zonder reden.

Moedige groeten, 

©cat_vanderstappen

Reacties

Populaire posts van deze blog

Eindejaarsbiecht

Het afgelopen jaar bracht mij inzichten. Niet het soort inzichten dat je netjes kan noteren in een schriftje, maar inzichten die confronteren, ontregelen en iets afbreken waarvan je dacht dat het je had gevormd — terwijl het je eigenlijk had misvormd. Inzichten zijn welkom, zegt men. Wat men er zelden bij zegt, is dat ze vaak gepaard gaan met rouw. Ik heb dit jaar beslist dat ambitie voor mij geen richting meer is. Doelen wel, maar ambitie als opstijgen, als jezelf voorbijlopen, als hoger, sneller, scherper: ik ben daar niet voor gemaakt. Of misschien beter: ik ben daar niet meer toe bereid. Ik heb lang geloofd dat intellectuele bevrediging een vorm van geluk kon zijn. Altijd maar denken, analyseren, verdiepen, verfijnen. Het heeft mij veel geleerd, maar geen rust gebracht. Wat mij wél iets bracht, was de ontmoeting met leerlingen en studenten. Mensen die mij lieten zien — soms woordeloos, soms expliciet — dat ik iets kan doorgeven. Dat ik iemand ben die (aan)leert, begeleidt, openz...

De onvoltooide man

Drie jaar lang stond ik naast iemand, die tegelijk man was en jongen — en die beide gestalten voortdurend in elkaar lieten overlopen, alsof zijn binnenwereld nog niet had beslist welke leeftijd hij werkelijk wilde zijn. In het begin zag ik daarin iets ontwapenends: een soort lichtheid, een levenskracht, dat vonkje dat je vaker ziet bij mensen die nog geloven dat het leven zou kunnen beginnen zodra ze eraan toe zijn. Tot ik las over wat Marie-Louise von Franz beschrijft als de puer aeternus : de eeuwige jongen die weigert af te dalen in de concrete wereld. Die opgroeit in een fantasieruimte vol mogelijkheden, maar nooit de stap maakt naar verantwoordelijkheid, kiezen, gronden, wortelen. Niet uit koppigheid, maar uit angst. En toen viel hij ineens in dat kader. Niet als diagnose, maar als herkomst. Von Franz schrijft dat de puer leeft op plekken waar hij niet hoeft te blijven. In ideeën, in dromen, in verhalen die altijd nét voor hun realiteit stoppen. Hij blijft zweven boven de aard...

The touch

There are days when the body forgets it is a body. It moves, it functions, it answers its name, but somewhere beneath the surface it drifts— a house with the lights on, quietly empty. The touch brings it back. Not the kind that asks for meaning or leans toward a future it wants to claim. This touch carries no expectation. It arrives the way warmth reaches cold skin, without questions. Skin knows what words refuse to hold. It recognizes the weight of another presence, the simple proof of not being alone. A hand resting where it is allowed to rest. Arms forming a shape in which breathing becomes easier. There is something profoundly human about being held when you no longer know how to gather yourself. Nothing needs to be solved. Nothing needs to be named. Two bodies simply agreeing to remain. The warmth does not perform. It does not shimmer. It settles. It tells the watchful parts of you that they may loosen their grip. And when that touch is gone— when you return to the quiet edge of y...