Er is een plek die velen van ons maar al te goed kennen: het diepe dal van zelfzoektocht en heling, waar je niet alleen je ziel tot op het bot blootlegt, maar ook alle wonden opengereten ziet die je in je leven hebt verzameld. Jarenlang, misschien wel je hele leven, werk je aan jezelf—je pelt de lagen af, onderzoekt trauma’s, probeert te genezen. De valkuil? Dat pad is niet alleen lang, maar soms zo uitputtend dat het voelt alsof je voor niets vecht. Alsof je keer op keer struikelt, en elke keer harder valt. Na al die tijd voelt het alsof je benen vol met kneuzingen zitten en je knieën zo kapot zijn dat je nauwelijks nog kan rechtstaan. En toch, tegen beter weten in, sta je op, opnieuw en opnieuw. Maar die slopende tocht laat z’n sporen na. Op een bepaald punt komt er vermoeidheid die zo diep zit, dat je zou willen opgeven en een pauze nemen. Niet alleen fysiek, maar vooral emotioneel en mentaal—je bent leeg, op, uitgeput. En dan komt nog die diepe, niet te stillen eenzaamheid. Een een...