Doorgaan naar hoofdcontent

De ontdekking en oorsprong van mijn neurodivergentie

Ik ben pas onlangs gaan begrijpen dat mijn brein anders werkt dan dat van anderen. Dat inzicht was zowel verhelderend als verontrustend. Mijn neurodivergentie, in mijn geval ADHD en Hoogbegaafdheid, zijn niet zomaar eigenschappen. Ze zijn een direct gevolg van mijn jeugd, gevormd door de emotionele verwaarlozing en chaos waarin ik opgroeide. 

Ik kom uit een disfunctioneel gezin. Een gezin waarin niemand ooit vroeg hoe mijn dag was geweest. Waar niemand me voor het slapengaan een knuffel gaf of me geruststelde met woorden van liefde. Liefde was een ver te zoeken luxe. Het enige wat ik dagelijks zag, was overleven. We kwamen de dag door, maar dat was het dan ook. De vraag "Hoe voel je je?" werd nooit gesteld, en het leek wel alsof er nooit ruimte was voor zoiets als emotionele steun.

Als kind voelde ik me vaak ongezien en onbelangrijk. Mijn ADHD is geen genetische toevalstreffer, maar een trauma-respons op de constante emotionele verwaarlozing die ik ervoer. Omdat ik nooit kon rekenen op de steun van anderen, begon ik steeds meer voor mezelf te zorgen. Dat zorgde ervoor dat ik hyper-onafhankelijk werd. Maar wat velen niet beseffen, is dat hyper-onafhankelijkheid niet zomaar een sterke eigenschap is. Het is gevaarlijk, omdat het voortkomt uit een diepe overtuiging dat niemand anders voor je zal zorgen. Als kind leerde ik dat om hulp vragen zinloos was: het werd altijd genegeerd. Dus stopte ik ermee.

Die overtuiging sloop mijn volwassen leven binnen. Het idee dat ik niemand nodig had, dat ik alles zelf kon, werd mijn schild. Maar dat schild weegt zwaar. Het zorgt ervoor dat je nooit om hulp wilt vragen, zelfs niet als je het echt nodig hebt. Het zorgt ervoor dat je je constant uitgeput voelt, omdat je altijd op je hoede bent, altijd alert en klaar om jezelf te verdedigen tegen de volgende emotionele klap die je vreest te krijgen.

Mijn moeder had haar eigen demonen, gevangen in de greep van verslaving. Het was pijnlijk om te zien hoe haar leven afbrokkelde door de keuzes die ze maakte, keuzes die ook andere gezinsleden beïnvloedden. Zij volgden vaak hetzelfde destructieve pad. Verslaving was een soort schaduw die altijd aanwezig was, een herinnering aan hoe diepgewortelde pijn kan leiden tot zelfdestructie. 

Maar ondanks al deze uitdagingen is er hoop. Het herkennen van mijn neurodivergentie en het begrijpen van de oorsprong ervan, was een eerste stap naar genezing. Ik heb geleerd dat het oké is om hulp te vragen, dat ik niet alles alleen hoef te doen. Het is niet makkelijk om jaren van aangeleerde overtuigingen los te laten, maar ik weet dat het kan. 

Vandaag de dag werk ik eraan om mild te zijn voor mezelf, om de hyper-onafhankelijkheid stukje bij beetje los te laten. Het is een proces, maar het is de moeite waard. Er is hoop in het erkennen van mijn pijn en het omarmen van mijn eigen menselijkheid. Door deze reis te delen, hoop ik anderen te inspireren die zich in mijn verhaal herkennen. We hoeven niet alles alleen te doen, en we verdienen allemaal liefde, steun en begrip.

Liefs, 
©cat_vanderstappen




Reacties

Anoniem zei…
Herkenbaar… groetjes, S
Cat zei…
Dank je voor je reactie! x

Populaire posts van deze blog

Eindejaarsbiecht

Het afgelopen jaar bracht mij inzichten. Niet het soort inzichten dat je netjes kan noteren in een schriftje, maar inzichten die confronteren, ontregelen en iets afbreken waarvan je dacht dat het je had gevormd — terwijl het je eigenlijk had misvormd. Inzichten zijn welkom, zegt men. Wat men er zelden bij zegt, is dat ze vaak gepaard gaan met rouw. Ik heb dit jaar beslist dat ambitie voor mij geen richting meer is. Doelen wel, maar ambitie als opstijgen, als jezelf voorbijlopen, als hoger, sneller, scherper: ik ben daar niet voor gemaakt. Of misschien beter: ik ben daar niet meer toe bereid. Ik heb lang geloofd dat intellectuele bevrediging een vorm van geluk kon zijn. Altijd maar denken, analyseren, verdiepen, verfijnen. Het heeft mij veel geleerd, maar geen rust gebracht. Wat mij wél iets bracht, was de ontmoeting met leerlingen en studenten. Mensen die mij lieten zien — soms woordeloos, soms expliciet — dat ik iets kan doorgeven. Dat ik iemand ben die (aan)leert, begeleidt, openz...

De onvoltooide man

Drie jaar lang stond ik naast iemand, die tegelijk man was en jongen — en die beide gestalten voortdurend in elkaar lieten overlopen, alsof zijn binnenwereld nog niet had beslist welke leeftijd hij werkelijk wilde zijn. In het begin zag ik daarin iets ontwapenends: een soort lichtheid, een levenskracht, dat vonkje dat je vaker ziet bij mensen die nog geloven dat het leven zou kunnen beginnen zodra ze eraan toe zijn. Tot ik las over wat Marie-Louise von Franz beschrijft als de puer aeternus : de eeuwige jongen die weigert af te dalen in de concrete wereld. Die opgroeit in een fantasieruimte vol mogelijkheden, maar nooit de stap maakt naar verantwoordelijkheid, kiezen, gronden, wortelen. Niet uit koppigheid, maar uit angst. En toen viel hij ineens in dat kader. Niet als diagnose, maar als herkomst. Von Franz schrijft dat de puer leeft op plekken waar hij niet hoeft te blijven. In ideeën, in dromen, in verhalen die altijd nét voor hun realiteit stoppen. Hij blijft zweven boven de aard...

The touch

There are days when the body forgets it is a body. It moves, it functions, it answers its name, but somewhere beneath the surface it drifts— a house with the lights on, quietly empty. The touch brings it back. Not the kind that asks for meaning or leans toward a future it wants to claim. This touch carries no expectation. It arrives the way warmth reaches cold skin, without questions. Skin knows what words refuse to hold. It recognizes the weight of another presence, the simple proof of not being alone. A hand resting where it is allowed to rest. Arms forming a shape in which breathing becomes easier. There is something profoundly human about being held when you no longer know how to gather yourself. Nothing needs to be solved. Nothing needs to be named. Two bodies simply agreeing to remain. The warmth does not perform. It does not shimmer. It settles. It tells the watchful parts of you that they may loosen their grip. And when that touch is gone— when you return to the quiet edge of y...