Doorgaan naar hoofdcontent

Afscheidsbrief

Lieve Onbeantwoorde Liefde,

Dit is het moment waarop ik afscheid neem van jou, van de illusie die ik zo lang heb gekoesterd. Jij, die je groots voordeed, maar van binnen zo klein en verdwaald blijkt te zijn. Het licht dat ik in jou zag, was niet het jouwe, maar een reflectie van mijn eigen innerlijke warmte. Ik realiseer me nu dat ik de schoonheid en kracht die ik in jou dacht te zien, eigenlijk in mezelf droeg.

Je emoties zijn zo diep in jezelf begraven dat je er geen toegang meer toe hebt. Je hebt jezelf verdoofd, bedwelmd door constant te vluchten, altijd bezig met iets anders om niet te hoeven voelen. Je bent zo ver verwijderd geraakt van je eigen innerlijke waarheid, dat je niet meer weet wie je werkelijk bent. En zonder die verbinding met jezelf, kun je ook niet echt verbinden met een ander.

Je duwt jezelf steeds naar de rand, in de overtuiging dat dit de weg naar genezing is. De werkelijke genezing ligt niet in het balanceren op de rand en niet in het vluchtgedrag, maar in het moedig onder ogen zien van wat er in je leeft, in het beantwoorden van liefde. Daarvoor zou je bruggen moeten oversteken, bergen moeten trotseren. Het pad is moeilijk, dat weet ik, maar het uitzicht vanaf daar is prachtig. Het is de plek waar je jezelf echt kunt vinden en waar eigenliefde schuilt.

Maar jij hebt ervoor gekozen om weg te kijken en dat is jouw keuze, niet de mijne. Ik kan je niet dwingen de weg naar jezelf terug te vinden en ik zal niet langer wachten. Ik kan je niet blijven liefhebben in de hoop dat je op een dag je ware gezicht toont, dat je jezelf bevrijdt van de ketenen die je hebt aangelegd.

Ik neem nu afscheid van jou en van de droom die ik had. Ik laat jou de weg zoeken, hoe lang die ook mag zijn. En ik ga verder, met de wetenschap dat de liefde die ik zocht niet verloren is—ze is nog steeds in mij, klaar om gedeeld te worden met iemand die de moed heeft om haar te beantwoorden.

Vaarwel, en moge je ooit de kracht vinden om de bruggen te bouwen die je nu nog mijdt.

Met een helder hart,  

©cat_vanderstappen



Reacties

Populaire posts van deze blog

Eindejaarsbiecht

Het afgelopen jaar bracht mij inzichten. Niet het soort inzichten dat je netjes kan noteren in een schriftje, maar inzichten die confronteren, ontregelen en iets afbreken waarvan je dacht dat het je had gevormd — terwijl het je eigenlijk had misvormd. Inzichten zijn welkom, zegt men. Wat men er zelden bij zegt, is dat ze vaak gepaard gaan met rouw. Ik heb dit jaar beslist dat ambitie voor mij geen richting meer is. Doelen wel, maar ambitie als opstijgen, als jezelf voorbijlopen, als hoger, sneller, scherper: ik ben daar niet voor gemaakt. Of misschien beter: ik ben daar niet meer toe bereid. Ik heb lang geloofd dat intellectuele bevrediging een vorm van geluk kon zijn. Altijd maar denken, analyseren, verdiepen, verfijnen. Het heeft mij veel geleerd, maar geen rust gebracht. Wat mij wél iets bracht, was de ontmoeting met leerlingen en studenten. Mensen die mij lieten zien — soms woordeloos, soms expliciet — dat ik iets kan doorgeven. Dat ik iemand ben die (aan)leert, begeleidt, openz...

De onvoltooide man

Drie jaar lang stond ik naast iemand, die tegelijk man was en jongen — en die beide gestalten voortdurend in elkaar lieten overlopen, alsof zijn binnenwereld nog niet had beslist welke leeftijd hij werkelijk wilde zijn. In het begin zag ik daarin iets ontwapenends: een soort lichtheid, een levenskracht, dat vonkje dat je vaker ziet bij mensen die nog geloven dat het leven zou kunnen beginnen zodra ze eraan toe zijn. Tot ik las over wat Marie-Louise von Franz beschrijft als de puer aeternus : de eeuwige jongen die weigert af te dalen in de concrete wereld. Die opgroeit in een fantasieruimte vol mogelijkheden, maar nooit de stap maakt naar verantwoordelijkheid, kiezen, gronden, wortelen. Niet uit koppigheid, maar uit angst. En toen viel hij ineens in dat kader. Niet als diagnose, maar als herkomst. Von Franz schrijft dat de puer leeft op plekken waar hij niet hoeft te blijven. In ideeën, in dromen, in verhalen die altijd nét voor hun realiteit stoppen. Hij blijft zweven boven de aard...

The touch

There are days when the body forgets it is a body. It moves, it functions, it answers its name, but somewhere beneath the surface it drifts— a house with the lights on, quietly empty. The touch brings it back. Not the kind that asks for meaning or leans toward a future it wants to claim. This touch carries no expectation. It arrives the way warmth reaches cold skin, without questions. Skin knows what words refuse to hold. It recognizes the weight of another presence, the simple proof of not being alone. A hand resting where it is allowed to rest. Arms forming a shape in which breathing becomes easier. There is something profoundly human about being held when you no longer know how to gather yourself. Nothing needs to be solved. Nothing needs to be named. Two bodies simply agreeing to remain. The warmth does not perform. It does not shimmer. It settles. It tells the watchful parts of you that they may loosen their grip. And when that touch is gone— when you return to the quiet edge of y...